Weidevogels in Nederland






Weidevogels zijn vogels die vooral op graslanden broeden. Met name kale vochtige weilanden zijn aantrekkelijk voor weidevogels en daar hebben wij er in Nederland van oudsher genoeg van. Helaas neemt de weidevogelstand al jaren af, de kemphaan is met minder dan 100 paartjes zelfs al bijna uit Nederland verdwenen. Lees hieronder meer over de verschillende weidevogels in Nederland.

Kievit

Kievitsnesten bestaan uit een ondiep kommetje van gras of een kuiltje met een beetje stro op bouwland, vaak maisland. Kieviten zijn een stuk minder kritisch op hun broedgebied dan andere weidevogels, zij broeden overal waar gras en wormen zijn, of dit nu een akker, weiland of grasland is, maakt de kievit niet heel veel uit. Dankzij deze flexibele instelling, lopen de aantallen kieviten minder hard terug dan die van andere weidevogels. Als het eerste broedsel van een kievit mislukt, proberen ze het vaak later in het seizoen nog een keer. In Nederland broeden tussen de 200.000 en 300.000 paren.

Scholekster

In de periode 1998 – 2000 waren er tussen de 80.000 en 130.000 scholeksterparen in Nederland. Hoeveel paren er nu zijn is onduidelijk, wel zijn alle organisaties het er over eens dat het aantal Scholeksters in Nederland drastisch is afgenomen. Dit komt niet alleen door de intensivering van de landbouw, maar ook door de voedselschaarste in de Waddenzee, een gebied waar scholeksters graag foerageren. Scholeksters zijn vrij luie nestenbouwers, ze leggen hun eieren in een kuiltje in de grond en worden daardoor soms gemakkelijk over het hoofd gezien.

Tureluur

De tureluur doet het aanmerkelijk beter dan grutto en kievit, maar ook deze soort neemt de laatste jaren in aantal af. Die minder sterke afname komt vooral omdat de tureluur meer dan andere weidevogels profiteert van nestbescherming, en zich met de jongen vaak ophoudt in perceelranden en droogstaande sloten. De laatste schatting uit de periode 1998 – 2000 bestaat uit 20.000 tot 25.000 broedparen in Nederland. De tureluur broedt meestal dichtbij een kievit, maar vaak heel goed verborgen in een pol gras. De nesten zijn dan vaak niet te zien en dus lastig te vinden.

Kemphaan

Met minder dan 100 broedende paren is de kemphaan bijna uitgestorven in Nederland. In Vlaanderen is deze weidevogel al in 1977 verdwenen. Door onder andere ontwatering en bemesting, en de daaruit voortvloeiende intensivering van het graslandgebruik broeden kemphanen niet in agrarische gebieden. Na de inpoldering van het Lauwersmeer nam het aantal kemphanen daar weer toe; zij voelen zich op hun best in nat grasland en moerassige omgeving. Gelukkig worden er steeds meer initiatieven opgestart om gebieden zo in te richten dat kemphanen er kunnen broeden, maar er is nog veel werk te verzetten om te voorkomen dat de kemphaan uit Nederland verdwijnt.

Foto: Arjan Haverkamp CC BY 2.0

Grutto

Grutto’s broeden het liefste in lang gras en zijn dan lastig te vinden. Omdat het merendeel van de Noordwest-Europese grutto’s in Nederland broedt, is bescherming belangrijk voor het handhaven van de hele gruttopopulatie. In 1960 waren er nog ongeveer 120.000 gruttoparen in Nederland, in 2015 waren dat er minder dan 40.000. De belangrijkste oorzaak voor deze drastische afname is de intensivering van de landbouw door diepe ontwatering, een hoge bemestingsgift, graslandpercelen met alleen grassen en geen kruiden en tot slot vroeg én massaal maaien. Grutto’s vragen om percelen met een hoge grondwaterstand, een kruidenrijk grasbestand met een wisselende vegetatiehoogte.

Wulp

De wulp is de grootste weidevogel van Nederland en kan wel 1,5 kilo wegen. Hoewel het aantal wulpen in Nederland al jaren redelijk stabiel rond de 7.000 paren ligt, neemt wereldwijd het aantal wel af. Hierdoor ontstaat de bijzondere situatie dat de wulp wereldwijd als bedreigd wordt beschouwd en op de rode lijst van de IUCN staat, maar in Nederland geen beschermde status heeft. Wulpen broeden niet alleen graag in agrarisch gebied (grasland én bouwland), maar ook open natuurgebieden zoals moerasgebieden trekken wulpen aan.

Watersnip

Net als de kemphaan is Nederland door de ontwatering ook voor de watersnip een minder aantrekkelijk broedgebied geworden. Ook al zien we ze als trekvogel nog in grote aantallen voorbij komen, er broeden maar zo’n 1.300 paren in Nederland. In agrarische gebieden komen ze haast niet meer voor, maar in natte en ruige natuurgebieden broeden ze wel nog. Eieren leggen ze in diepe kuiltjes en het nest ligt goed verscholen in een graspol. Hierdoor zijn nesten moeilijk op te sporen.

Foto: Gidzy CC BY 2.0

Overige weidevogels

Naast deze primaire weidevogels zijn er meer soorten die in graslanden broeden. Ook eendensoorten zoals zomertaling, slobeend, krakeend en kuifeend en kleine zangvogels zoals veldleeuwerik, graspieper en gele kwikstaart kun je in de Nederlandse weiden tegenkomen. Verder is er nog een groep secundaire weidevogels die niet uitsluitend in grasland broeden, maar ook in ander terreinen. Voorbeelden zijn: kluut, kwartel, waterhoen en kokmeeuw.

OVER HET PROJECT

Wil je meer weten over de doelstellingen van het project, de planning of de technische mogelijkheden?

KLIK HIER

WORD FINANCIER

Gaat het lot van weidevogels je aan het hart en wil je bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het project?

KLIK HIER
Share This